Het nieuwe Bodembeleid in Vlaanderen
1 oktober 1996 was een mijlpaal in de bodemsector. Toen ging het decreet over de bodemsanering en het Vlaams reglement voor de bodemsaneirng (Vlarebo) volledig in voege. Na 12 jaar bleek dat de regelgeving aan een opfrissing toe was. Op 27 oktober 2006 werd het decreet en op 14 december 2007 het nieuwe Vlarebo goedgekeurd. Deze nieuwe regelgeving is van kracht vanaf 1 juni 2008. De belangrijkste wijzigingen kunnen als volgt worden samengevat:
Grondeninformatieregister
Er is niet langer sprake van ‘het register van verontreinigde gronden’. Van zodra de OVAM in het bezit is van gegevens van een grond, wordt deze grond opgenomen in het grondeninformatieregister (GIR). Dit GIR geeft aan dat de OVAM over gegevens beschikt. Van zodra een grond wordt omgenomen, levert de OBAM een bodemattest af aan eigenaar, gebruiker en exploitant en aan de gemeente. Tevens bestaat de mogelijkheid om een bodemattest aan de OVAM aan te vragen. Dit kost 30 euro sinds 1 juni 2008.
Overdracht
Het begrip ‘overdracht’ is gewijzigd. Zo wordt voortaan het aangaan, beëindigen of verlengen van een huurovereenkomst niet meer als een overdracht beschouwd. Daarnaast is er een nieuwe regeling uitgewerkt voor overdacht van appartementen. Meer gedetailleerde informatie over overdracht staat op www.overdracht.ovem.be.
Oriënterend bodemonderzoek
De belangrijkste wijzigingen bij de geldigheidsduur van een oriënterend bodemonderzoek (OBO) kunnen als volgt worden samengevat:
Een door de OVAM goedgekeurd OBO blijft onbeperkt geldig tenzij:
- er nog risico-inrichtingen aanwezig waren sinds het laatste OBO
- er een schadegeval heeft plaats gehad
- het bestemmingstype van de grond gewijzigd is
- de ruimtelijke omschrijving van de onderzochte grond niet meer overeenstemt met de ruimtelijke omschrijving van de grond waarop de onderzoeksplicht rust.
Er is een beperkte aanvulling op het OBO nodig indien:
- de ruimtelijke omlijning wijzigt, bijv. door kadastrale wijziging van het perceel.
Er is een nieuw OBO noodzakelijk indien:
- het OBO ouder is dan 1 jaar en er nog risico-inrichtingen aanwezig waren op het terrein
- er een schadegeval heeft plaatsgehad
- het bestemmingstype van de grond is gewijzigd.
Verder is de wetgeving met betrekking tot het OBO ook gewijzigd als er een noodzaak is tot uitvoering van een OBO bij vereffening en faillissement van een exploitatie.
Voor een OBO uitgevoerd in het kader van periodiciteit, sluiting van een exploitatie en onteigening, kan afgeweken worden van de oppervlakte waarop de onderzoeksverrichtingen moeten gebeuren.
Voor periodieke onderzoeken werd de periodiciteit aangepast (periodiciteit van 5 jaar vervalt).
Verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek
Naast een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek bestaat nu ook de mogelijkheid om deze rapporten in 1 document te bundelen als een ‘verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek’.
Beperkt bodemsaneringsproject en risicobeheer
Naast het gewone bodemsaneringsproject is de mogelijkheid gecreëerd om een beperkt bodemsaneringsproject op te stellen of om over te gaan naar risicobeheersing via een risicobeheersplan.
Een beperkt bodemsaneringsproject is mogelijk voor die verontreinigingen die behandelbaar zijn binnen de 180 dagen en waarvoor de eigenaars en gebruikers van de gronden toestemming hebben gegeven voor de bodemsaneringswerken.
Risicobeheer is mogelijk voor ernstige historische bodemverontreiniging. Dit moet het risico van verdere verontreiniging opvolgen en beheersen in afwachting van een bodemsaneringsproject. Na goedkeuring van een verzoek tot risicobeheer kan een risicobeheersplan worden ingediend. Als dit conform verklaard is en de nodige financiële zekerheden gesteld zijn, kan overgegaan worden tot risicobeheer.
Gemengde bodemverontreiniging
Een gemengde bodemverontreiniging moet niet meer automatisch getoetst worden aan de regels van nieuwe bodemverontreiniging. Als het overgrote deel van de gemengde bodemverontreiniging een aantoonbaar historisch karakter heeft, kan getoetst worden aan het beoordelingskader voor historische bodemverontreiniging.
Een getrapte saneringsplicht
Indien een exploitant aanwezig is, wordt deze aangeschreven. Bij afwezigheid of indien hij onschuldig is, wordt de gebruiker aangeschreven als plichtige. In derde instantie pas kan de eigenaar worden aangeschreven.
Vrijstellingsgronden voor de saneringsplichtige
Het kader van de vrijstelling werd versoepeld voor de exploitant of gebruiker in vergelijking met een eigenaar.
Schadegevallen
Een specifieke regeling werd uitgewerkt voor schadegevallen. De bevoegde instantie is het niet altijd de OVAM maar meestal de burgemeester.
De OVAM is wel bevoegd indien:
- het schadegeval plaatsvindt op een gemeentegrond
- er op de grond een klasse 1-activiteit plaats heeft
- er al een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsaneringsproject lopende is.
Grondverzet
De huidige traceerbaarheidsprocedures in het kader van grondverzet werden verankerd in het Vlarebo. Daarnaast zijn enkele normen gewijzigd.
Om een vlotte overgang tussen de oude en nieuwe wetgeving mogelijk te maken, zijn in het decreet en het Vlarebo overgangsbepalingen uitgewerkt.
Alle info over het decreet, het Vlarebo, de standaardprocedures, codes van goede praktijk, aanvraag- en meldingsformulieren: www.ovam.be
Bron: nieuwsbrief OVAM ‘Opgeruimd’



