Asbest bij grondverzet

Volgens de grondverzetregelgeving dient bodem te voldoen aan een gewogen asbestconcentratie van maximaal 100 mg/kg ds opdat deze kan worden (her)gebruikt als bodem, als bouwkundig bodemgebruik of als vormvast product. Toepassingen met meer dan 25vol% bodemvreemd materiaal (puinlagen) worden op heden niet beschouwd als bodem maar als een afvalstof, waardoor de milieuhygiënische kwaliteit ervan niet meteen beoordeeld wordt binnen een technisch verslag. Echter worden dergelijke toepassingen zeer regelmatig aangetroffen en maken deze deel uit van het grondverzet. Deze puinlagen worden heel vaak ter plaatse gezeefd, waarbij de zeeffractie wel als bodem beschouwd wordt. Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbesthoudende materialen in de puinhoudende laag is aldus van groot belang om advies te kunnen geven naar het mogelijke (her)gebruik of verwerking, de eventuele noodzakelijke maatregelen tijdens het manipuleren, enz…

Onderzoek naar asbest voorafgaand aan de grondverzetswerken is uiteraard wenselijk, maar ook reeds uitgegraven asbestverdachte grond/puin kan onderzocht worden.

Sinds mei 2013 wordt door het VLAREL bepaalt dat de monsterneming en analyse van afvalstoffen uitgevoerd dienen te worden door een erkend ‘laboratorium’ opdat een rechtsgeldige uitspraak kan gedaan worden over de milieukwaliteit ervan ten opzichte van de toepasselijke wetgeving. De monstername en analyse voor asbest in lagen evenals voor asbest in hopen vallen onder deze bepalingen.

ABO voert asbestonderzoeken uit van A tot Z. Wij bezitten niet alleen een uitgebreide expertise maar ook de noodzakelijke VLAREL-erkenning inzake monstername zowel voor asbest in lagen als voor asbest in hopen.